Woordenlijst

B D E I L M O P S T U V
ICT (Informatie- en communicatietechnologie‘n)
Deze term omvat het geheel aan technologie‘n die de informatiemaatschappij vormen: informatica, Internet, multimedia, enzovoorts, en de telecommunicatiesystemen die de verspreiding hiervan mogelijk maken.
ICT-vaardigheden
Geheel aan kennis en vaardigheden die vereist zijn om taken uit te kunnen voeren gerelateerd aan de informatiemaatschappij. De term ñ Gebrek aan ICT-vaardigheden î wordt regelmatig gebruikt als verwijzing naar de schaarste aan werknemers met een ICT-scholing in Europa.
In netwerk leren
Scholing waarbij van de informatie- en communicatietechnologie‘n (ICT) gebruik gemaakt wordt om contacten te leggen: tussen een leerling en de overige leerlingen en begeleiders; tussen een leergemeenschap en haar leermiddelen (Jones en Steeples 2001, in "Networked Learning: Perspectives and issues").
Informatietechnologie (TI)
Algemene term die betrekking heeft op de kennis en het gebruik van computers en elektronische communicatiesystemen in organisaties.
Leeftijdskloof
Term die verwijst naar de lagere deelnamegraad van ouderen in de informatiemaatschappij, gezien – bijvoorbeeld – het lage aantal ouderen dat in verhouding tot de gehele bevolking op Internet aangesloten is.
Management van de veranderingen
Term die betrekking heeft op alle door de organisaties aangewende methoden om zich aan de nieuwe uitdagingen aan te passen die de informatiemaatschappij met zich meebrengt, omdat de nieuwe leersystemen en het feit dat de informatie centraal gesteld wordt de opkomst van nieuwe organisatiemodellen teweegbrengt.
Midden- en kleinbedrijf
In termen van de Europese Commissie een bedrijf dat minder dan 250 werknemers telt.
Multimedia
Term die betrekking heeft op alle middelen waartoe men middels de computer toegang heeft of die via de computer aangestuurd kunnen worden (video, geluid, animatie, tekst, grafieken...).
Open en afstandsonderwijs
Mogelijk om op afstand te leren, buiten het lokaal of aula om en met een grote mate van zelfstandigheid, met behulp van verschillende systemen waaronder tegenwoordig e-learning een belangrijke plaats inneemt.
Permanente scholing
Term die gehanteerd wordt om aan te geven dat het verwerven van nieuwe kennis tegenwoordig als een doorlopend proces beschouwd wordt en niet met het behalen van het school- of universiteitsdiploma ophoudt, maar gedurende het beroepsleven onafgebroken doorgaat, zich na de pensionering nog voortzet en zich momenteel over alle levensfasen en sociale groeperingen uitstrekt grotendeels dankzij de mogelijkheden van e-learning.