Leerkracht

Artikels

Het begrip leerruimte

04 Juli 2008
Hoe kunnen scholen met succes de personalisering van het leren middels het gebruik van digitale technologieën bevorderen? In dit onderzoek wordt de verhouding tussen digitale technologieën en huidige tendensen verkend om een meer gepersonaliseerde leerervaring te bieden. Er worden aanbevelingen gedaan die een beter begrip van leerruimten en een beter gebruik van de digitale technologieën zullen bevorderen.
Als eerste geven wij een beschrijvend model van de verhouding tussen leerders, de onderwijsruimten waarbinnen zij zich ontwikkelen en de digitale technologieën. Wij hebben vier belangrijke ruimten (persoonlijke leerruimte, onderwijsruimte, schoolruimte en leefruimte) vastgesteld die een sterke invloed hebben op de leerervaring van leerders. Deze ruimten zijn tegenwoordig niet echt begrepen en als gevolg daarvan is een groot deel van het informele en formele leren van kinderen niet bekend of beoordeeld.

Hierna testen we de validiteit van dit model op basis van gegevens afkomstig uit meerdere landelijke onderzoeksprojecten die gebruik maakten van een ontwerp op basis van een meervoudige onderzoeksmethode waarbij kwalitatieve en kwantitatieve gegevens verzameld werden middels discussiegroepen, interviews, enquêtes en landelijke cijfers over leerprestaties. De gegevens die hier genoemd worden, zijn afkomstig van verslagen van casusonderzoeken en bevatten lesobservaties met opmerkingen die de leraren, bestuurders en leerders direct hierover maakten. We onderzoeken de implicaties van deze gegevens en dit model om beter te begrijpen hoe digitale technologieën effectief in het onderwijs kunnen worden gebruikt.

In het klassieke onderwijsmodel was het ontwerp van de leerruimte grotendeels een zaak van de instelling en de leraar. De fysieke kenmerken van de persoonlijke leerruimte kunnen nog steeds door leraren en instellingen worden beïnvloed maar het ontwerp van die ruimte en het gebruik van de technologie is voor de leerders weggelegd. Voor effectief leren is het noodzakelijk om de verschillende ruimten die een rol spelen in het personaliseren van het leren te begrijpen en gehoor te geven aan de waarneming en het gedrag van de leerders.
Artikels

Opleiding op afstand van onderwijzers in een ruraal gebied in Kenia

29 Februari 2008
De globalisatie heeft de sociale relaties op wereldwijde schaal versterkt en gedelokaliseerd; het heeft “plaatsen die ver van elkaar liggen op zo’n manier” met elkaar verbonden “dat lokale evenementen worden gevormd door gebeurtenissen die vele kilometers verder plaatsvinden en vice versa. Lokale transformatie is een onderdeel van de globalisatie evenals de laterale uitbreiding van sociale relaties in tijd en ruimte” (Giddens, 1990).
De revolutionaire ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden in de informatietechnologie en het daar uit voortkomende verschijnsel van de digitale kloof zijn belangrijke aspecten in dit proces. In deze studie analyseren we de digitale kloof vanuit een periferisch perspectief, in vergelijking met de industrielanden waar deze revolutie is begonnen. Afrika en Kenia worden zo de veranderende lokale context van waaruit we de penetratie van nieuwe technologieën in het kader van het globalisatieproces observeren.

In Afrika is de situatie ontoereikend voor wat betreft de digitale kloof, de sociale kloof in de toegang tot en het gebruik van informatietechnologieën, en vooral de vertraging in de aanleg van de vereiste infrastructuur om de beschikbaarheid en het gebruik van IT te garanderen. Opgemerkt dient echter te worden dat het globalisatieproces bijdraagt aan een toenemende penetratie van nieuwe technologieën in het Afrikaanse continent. Maar de bevolking zou hier niet alleen gebruik van moeten kunnen maken – ze zouden deze ook moeten kunnen bevorderen, beheren en reguleren. Dit is belangrijk omdat ICT grote gevolgen heeft op de sociale praktijken en de lokale cultuur.


Dit artikel beschrijft een e-learning proefproject voor onderwijzers in de Gwassi-streek, een ruraal gebied in Kenia. Er wordt eerst een overzicht van de nationale en lokale context gegeven en vervolgens ingegaan op de vraag hoe de cultuur een bemiddelende rol kan vervullen tussen individu en technologie. Tot slot, wordt in het artikel de lokale situatie bekeken en worden de context en strategische problemen beschreven waar de projectpartijen op dit moment aan werken.
Artikels

Inclusief onderwijs: leerkrachten helpen bij de keuze van ICT-middelen en een effectief gebruik ervan

28 November 2007
Dit artikel bestudeert de inclusie op scholen met betrekking tot het concept van universele toegankelijkheid tot het onderwijs. Het richt zich op het sterke potentieel van de informatie- en communicatietechnologieën (ICT) om discriminatie tussen leerlingen te vermijden. In het artikel wordt tevens gepleit voor de belangrijke rol die de leerkrachten spelen om gebruik te maken van de kansen die deze nieuwe technologieën bieden om de volledige inclusie van alle leerlingen in de belangrijkste onderwijssystemen te ondersteunen.
Om de universele toegankelijkheid tot het onderwijs als een concreet en realiseerbaar doel te kunnen zien, dienen de leerkrachten zich bewust te zijn van het potentieel van ICT en dienen zij in staat te zijn de benodigde kennis en operationele vaardigheden te verwerven om een goede keuze en gebruik van dit soort hulpmiddelen te maken.

Gegevens over de opvattingen van leerkrachten over de nieuwe technologieën en het inclusieformulier door ITD-CNR voorgelegd aan circa 300 Italiaanse leraren laten zien dat een meerderheid (75%) van mening is dat ICT-hulpmiddelen een sterk potentieel hebben om inclusieve praktijken op scholen te bevorderen en te verwezenlijken. Desalniettemin geven de leerkrachten vrijwel allemaal te kennen dat ze nog steeds specifieke informatie en begeleiding nodig hebben om een goede keuze en gebruik van de hiertoe geschikte ICT-producten te kunnen maken.

In dit artikel worden twee proefonderzoeksprojecten beschreven die deze behoeften in kaart brengen. Het eerste project is opgezet om de leerkrachten van volledige en werkzame informatie te voorzien over de kenmerken van de toegankelijkheid van onderwijssoftware. Het tweede project richt zich op de verspreiding van kennis en goede praktijken om “inclusieve” pedagogische plannen uit te werken, te delen en te hergebruiken. Dankzij deze projecten zijn twee specifieke online diensten ontstaan die informatie geven over de kenmerken van de toegankelijkheid van multimediaproducten in het onderwijs en beste praktijken voor inclusie op school onder de aandacht brengen.

De grondgedachte is dat het inclusieproces gestimuleerd kan worden door nieuwe technologische hulpmiddelen maar dat dit ook veranderingen in inhoud, benaderingen, structuren en strategieën in het onderwijs vereist.
Artikels

eTwinning – Een nieuwe weg voor de Europese scholen

26 September 2007
Dit artikel bestudeert de eTwinning-actie binnen het educatieve en sociale kader van het Europa van de 21e eeuw. De ontwikkeling en opbouw van eTwinning, de mogelijkheden die het de leerkrachten biedt voor wat betreft pedagogische praktijk en professionele ontwikkeling, en de resultaten van het portaal www.eTwinning.net worden gedetailleerd beschreven.
eTwinning begon in 2004 op initiatief van de Europese Commissie met als doel scholen in Europa op een informele wijze jumelages te laten aangaan en de leerkrachten in staat te stellen met samen te werken zonder zich tot activiteiten op langere termijn te verplichten die normaal binnen het kader van een Comenius-project gelden. eTwinning is opgezet om een zeer flexibele benadering te bieden voor gezamenlijke onderwijsactiviteiten tussen scholen en kent een vrijwel unieke structuur voor wat betreft de ondersteuning die de leerkrachten op alle niveaus wordt geboden.

Een van de unieke kenmerken van eTwinning ligt in de zeer actieve ondersteunende diensten die zowel op landelijk als op Europees niveau door de Landelijke Ondersteuningsbureaus (LOB) en het Europese Ondersteuningsbureau (EOB) worden geboden alsook in de vele stimuleringsmaatregelen die zijn opgenomen in het programma voor de leerkrachten in de vorm van kwaliteitslabels.

Het programma voor professionele bijscholing dat bestemd is voor ieder die van eTwinning gebruik wenst te maken, omvat workshops op landelijk en Europees niveau die de leerkrachten een platform bieden voor uitwisseling en de ontwikkeling van goede praktijken.

De kern van het succes van deze activiteit is het portaal www.eTwinning.net, een zeer geavanceerd communicatieplatform dat in 20 talen beschikbaar is en een breed scala aan specifieke hulpmiddelen voor leerkrachten biedt.

Is eTwinning een succes? Het antwoord kan alleen maar bevestigend zijn, wanneer we kijken naar de statistieken met betrekking tot het aantal ingeschreven scholen en leerkrachten. Leraren vinden dit initiatief een eenvoudige, niet-bureaucratische weg om samen projecten uit te voeren binnen een sterk ontwikkeld online platform.
Artikels

e-learning in Bulgarije – de stand van zaken

25 Mei 2007
In dit onderzoek wordt de recente ontwikkeling en de stand van zaken omtrent e-learning in Bulgarije bekeken. Er worden statistische gegevens met betrekking tot het landelijke onderwijssysteem gegeven en de belangrijkste katalysatoren van de ontwikkeling op het onderwijsgebied in Bulgarije worden beschreven en geanalyseerd.
Het betreft de volgende katalysatoren: de participatie van onderwijs- en onderzoeksinstellingen in een aantal internationale projecten; de overheidsmaatregelen om de integratie van de e-learning technologieën op alle niveaus van het onderwijssysteem te versnellen; en de bereidheid, houding en problemen van de docenten in het secundaire en hoger onderwijs.

In de laatste jaren van het proces van de voorlopige toetreding van Bulgarije in de Europese Unie zijn de voorwaarden voor de toepassing en efficiënt gebruik van e-learning bij verschillende onderwijsinstellingen aanmerkelijk verbeterd. De voornaamste factoren die de stijging van de index voor het e-onderwijs in Bulgarije gunstig beïnvloed hebben zijn: de participatie van onderwijs- en onderzoeksinstellingen in een groot aantal internationale projecten; het overheidsbeleid; de initiatieven van universiteiten, onderwijs- en onderzoeksinstellingen; gekwalificeerde deskundigen in o.a. informatie- en communicatietechnologieën, didactiek en psychologie die met enthousiasme extra waarde aan de ontwikkeling en verspreiding van e-learning inhouden hebben toegevoegd.

Helaas zijn er ook problemen, zoals een gebrek aan voldoende e-learning inhouden, met name voor de geesteswetenschappen, onvoldoende voorbereiding en bereidheid van de universitaire docenten e-learning technologieën toe te passen, onvoldoende didactische bereidheid van docenten om de e-learning methoden te gebruiken, de aanwezigheid van een reglementair kader op scholen en sommige universiteiten om school- en universitaire docenten te stimuleren e-learning inhouden te ontwikkelen en te gebruiken.

Wij zijn van mening dat er de volgende maatregelen dienen te worden genomen om de genoemde problemen op te lossen: het opzetten van een reglementair kader om de e-learning inhoud op alle onderwijsniveaus te bevorderen, te ontwikkelen en te gebruiken; de verspreiding van goede praktijken; de verspreiding van vrije software en e-learning omgevingen met een Bulgaarse taalinterface; het op grote schaal verrichten van gezamenlijk onderzoek over de technologische en didactische zaken van e-learning; en het vergroten van het aanbod van masterprogramma's in het e-learning onderwijs op de universiteiten.
Artikels

Implementatie van online hulpmiddelen in klassikale universiteitsomgevingen: de mening van studenten

25 Mei 2007
In dit artikel geven we een evaluatieverslag van het Virtuele universiteitsprogramma ontwikkeld door de Universiteit van Murcia (Spanje). Het programma is ontwikkeld binnen het leermanagementsysteem (SGA) onder de naam SUMA en omvat het ontwerp, productie en gebruik van online onderwijshulpmiddelen binnen de universiteitsomgeving voor cursussen van drie verschillende faculteiten (scheikunde, medicijnen en onderwijs).
Deze evaluatie heeft als doel dieper in te gaan op dit programma voor wat betreft de implementatie van ICT onderwijsmiddelen in het hoger onderwijs en de motivatie- en opleidingsstrategieën van universitaire docenten.

In dit verslag komen de meningen aan bod van de studenten die aan het onderzoek hebben deelgenomen. Het betreft een steekproef van 243 studenten van zeven verschillende cursussen en hieruit leren we dat:

a) Studenten niet voorbereid zijn om de nieuwe leermiddelen effectief te gebruiken en dat zij de voorkeur geven aan normale teksten om mee te werken; de digitale geletterdheid van onze studenten blijkt onvoldoende te zijn om toegang te krijgen tot kennis via digitale middelen.

b) De online communicatie tussen studenten en docenten verloopt hoofdzakelijk via e-mail terwijl andere middelen (forums, aankondigingenborden, enz.) nauwelijks benut worden en het on-site leren wordt door beide partijen niet voldoende op zijn waarde ingeschat.

c) Studenten zijn positief over ICT maar zijn er niet echt enthousiast over.

d) Na het onderzoek gebruiken ze niet vaker de computer maar wel is het gebruik van ICT middelen verbeterd.

e) De studenten in het hoger onderwijs begrijpen dat ICT toegang geeft tot meerdere leer- en werkmiddelen en zij zien het belang in om met deze technologieën in de universitaire cursussen te kunnen werken.

f) Een van de belangrijkste bronnen van problemen met het werken online is de aard en de kenmerken van het leermanagementsysteem dat gebruikt wordt.

Via dit verslag hebben we begrepen dat het belangrijkste element om de implementatie van ICT in het hoger onderwijs te verbeteren de onderwijsmethodologie vormt die in de cursussen gebruikt wordt. Deze nieuwe grens dient derhalve diepgaand onderzocht te worden.